Grote Kerk

BINNENKORT IN DE GROTE KERK:

- 18/4-15/5: Kunst uit Waterland Exposeert

​- 7/5-15.30 u: Bach-concert door Nicolaas Consort en Kamerkoor PA'dam

​- 13/5-20.00 u: Live-concert Sela

- 20/5-hele dag: Korendag

- 27+28/5: Boekenmarkt

 

BEZIENSWAARDIGHEDEN IN DE GROTE KERK

De historische Grote of Sint Nicolaaskerk van Monnickendam herbergt tal van bezienswaardigheden. De meest interessante bezienswaardigheden treft u hieronder.


Tijdlijn

Links naast de oostelijke ingang van de kerk staat een fraai vormgegeven tijdlijn, waarop internationale gebeurtenissen worden getoond, die vanaf de bouw van de Grote Kerk plaatsvonden.

 

Plafond

De drie hallen van de Grote Kerk hebben elk een tongewelf van eikenhout. Daaraan tellen we in totaal 38 rozetten. 33 met een bloempatroon, drie met het Andreaskruis, één met de afbeelding van de apostel Andreas en één met die van Sint Nicolaas. Pas in 1639 werden deze 'paapse' decoraties door overschildering aan het oog van de protestantse kerkbezoekers onttrokken. Tijdens de grote restauratie zijn de rozetten gelukkig weer tevoorschijn gekomen. Vroeger waren de gewelven overigens wit geschilderd. 

 

In de kerk hangen 12 messing kroonluchters, zowel enkel als dubbel. De eerste hingen er al in 1612, uiteraard met kaarsen. In 1857 kwam er gasverlichting in de kerk en werden de kronen omgebouwd voor gasverlichting. In 1929 werd het gaslicht vervangen door elektrisch licht en kregen de kroonluchters weer hun kaarsen.

 

                                      

 

Grafstenen

We mogen aannemen dat vanaf 1412 al in de kerk werd begraven. De Grote Kerk was de algemene begraafplaats voor alle religies, behalve de joodse. De laatste dode die in de Grote Kerk werd begraven was Neeltje Dirks Hossemus op 30 december 1830. Hoewel er ook andere aantallen de ronde doen, gaan we er vanuit dat in die ruim 400 jaar circa 30.000 doden in de kerk zijn begraven. Gemiddeld overleden er in Monnickendam 150 mensen per jaar. De helft daarvan kon zich een begrafenis in de kerk veroorloven, de andere 75 doden werden op het kerkhof –zonder stenen–  buiten de kerk begraven. Uiteraard hebben al de begrafenissen in de kerk de meest uiteenlopende grafstenen opgeleverd, waarvan de mooiste natuurlijk in het koor te vinden zijn. In de rooms-katholieke periode was dat het dichtst bij het altaar en bij God. Het begraven in de kerk heeft ons ook de uitdrukking 'rijke stinkerd' opgeleverd, de stank van de geopende graven moet ondraaglijk zijn geweest. Sinds de grote restauratie van de kerk in de jaren 1959-1969 telt de kerkvloer 1299 gereconstrueerde graven.

 

                                                                      

We komen grafstenen tegen met jaartallen, huis- of handmerken, wapens, teksten en gereedschap. Een huismerk kan men zien als een geslachtswapen, dat van vader op zoon overging. Een wel zeer bijzondere steen is die met de letters "DGZHIGEWEEST-DIBSWDDLEEST", hetgeen staat voor 'die gij zijt heb ik geweest, die ik ben sal worden die dit leest'. U vindt hem achter de burgemeestersbank, in de noordbeuk.

Bijna alle wapens op de grafstenen zijn in de tijd van Napoleon (Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap) vernield.

 

Zeehelden

Beroemde Monnickendamse zeehelden die in de kerk begraven zijn:

Cornelis Dirckszoon, burgemeester van Monnickendam en bevelhebber van de Noord-Hollandse vloot tijdens de slag op de Zuiderzee in 1573, waarbij hij met zijn Geuzenvloot de Spanjaarden overwon. Zijn grafsteen treft u aan bij het westelijk toegangsportaal.  

Jan Mauw, kapitein op één van de schepen van Michiel de Ruyter, sneuvelde in 1672 tijdens de derde Engels-Nederlandse oorlog in de slag bij Solebay. Zijn graf ligt voor de kansel met het grafschrift:

Hier rust die grote Mauw
Die Brit en Frans deed vluchten
Doort donderen van cartouw
En andere krygsgeruchten,
Maer wert toen, laas, ontsielt
Doch echter leeft syn naam,
Die hy by ons behield
Door gunste van de Faam.

Hermanus Reijntjes, vice-admiraal, die sneuvelde in 1797 tijdens de zeeslag bij Kamperduin tussen de Bataafse en Engelse vloot. Zijn graf vindt u in het koor met het grafschrift:

Hier rust held Reyntjes, hy, getrouw aant vaderland
Bood Britlands overmagt den stoutsten tegenstand.
Gewond, moest hy zyn kiel, gansch redloos, overgeven.
Die wond ontrukte hem, in Londen t dierbaar leven.
Hermanus Reyntjes vice admiraal ten dienste van het Bataafse Gemeenbest
dapper strydende gewond in den ongelukkigen zeeslag
tegen eene groote overmagt der Engelschen.
Op den 11 october: aan het gevolg dier wonde binnen Londen overleeden
in den ouderdom van 53 jaaren op den 9 november.
Alhier begraven 22 december MDCCXVII.

 

                                                             

Wendelmoet Claesdochter

Aan de muur van de noordbeuk hangen een herinnerings­plaquette en een schilderij van Wendelmoet Claesdochter. Deze vrouw was de eerste martelares voor het protestantisme in de Noordelijke Nederlanden. Zij werd in Monnickendam geboren op 1 mei 1490 als dochter van een visserman, althans volgens Jan Mens, de schrijver van het boek 'De Witte Vrouw'. Door het vele handels­verkeer over de Zuiderzee kwam men in Monnickendam al snel in aanraking met de nieuwe leer van Luther en Zwingli. Deze laatste keurde onder andere de sacramenten af en zijn volgelingen werden dan ook 'sacramentisten' genoemd. Tot deze sekte voelde Wendelmoet zich aangetrokken en kwam daar ook vrijmoedig voor uit. In het voorjaar van 1527 werd zij gearresteerd, verbleef eerst enige maanden in het gevang in Monnickendam, werd overgebracht naar de Gevangenpoort in Den Haag en vervolgens naar het kasteel in Woerden, waar zij 157 dagen zou verblijven 'tot zij beter verstant vercregen soude hebben'. Op 18 november begon het proces in Den Haag, tijdens welk zij volhardde in haar mening. Twee dagen later werd zij veroordeeld tot de dood op de brandstapel, een vonnis dat nog diezelfde dag werd voltrokken.

 

                                                     

 

 

Jan Nieuwenhuijzen epitaaf

Het grafmonument van Jan Nieuwenhuijzen, een predikant van de Doopsgezinde Gemeente van Monnickendam, zit aan de westmuur van de noordbeuk. Het werd ontworpen door Jacques Kuijper en vervaardigd door Charles Sigault.  Jan Nieuwenhuijzen was de bedenker van ‘de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen'. Het ‘Nut’ was een belangrijke sociale instelling in die tijd, die op 16 november 1784 in Edam door zijn zoon Martinus werd opgericht. We kennen het nog altijd bestaande Nut o.a. van de Nutsspaarbank, de Nutskleuterschool en de Nutsbibliotheek. Jan Nieuwenhuijzen was predikant in Monnickendam van 12 mei 1771 tot zijn dood op 25 februari 1806.

 

                                       

 

Kerkbanken

Rond de pilaren staan zes herenbanken. De burgemeestersbank, die met de luifel, was in 1618 de eerste herenbank, in 1634 gevolgd door de banken van de vroedschap, de schout en de schepenen. Bij het koorhek staat een overdekte kerkvoogdenbank, ook wel de 'oliebollenkraam' genoemd. We mogen ons gelukkig prijzen dat de herenbanken er nu nog staan. Onder het motto 'égalité' (gelijkheid) besluit de Franse overheid op 10 juni 1795 dat de 'Eergestoeltens' moeten worden afgebroken. Monnickendam protesteert echter diverse keren en er gebeurt niets. Uit veel andere kerken zijn de herenbanken wel verwijderd.

 

Preekstoel

De huidige preekstoel zou wel eens de derde preekstoel in de Grote Kerk kunnen zijn. In 1826 werd een nieuwe preekstoel gebouwd ter vervanging van de eerste, die waarschijnlijk nog van vóór de reformatie stamde. In 1909 biedt de familie Korthals Altes uit Heemstede de kerkenraad de huidige kansel aan. Hij is gebouwd in 1695 en komt uit een kerk in Winschoten

 

                            

 

Doopvont

De doopvont is uit één stuk zandsteen, meet 96 cm. hoog en heeft een diameter van 99 cm. De kuip is achtzijdig en gedecoreerd met ruitvormig traceerwerk en vlakken met harten en lelies. Op twee zijden van het vierkante voetstuk staat een mannen- en een vrouwenhoofd, op de andere twee vlakken prijkt een roos. De doopvont stamt mogelijk uit de 13de eeuw en zou al in het eerste kerkje in Monnickendam gestaan kunnen hebben. In de 19de eeuw heeft het Rijksmuseum tevergeefs diverse malen geprobeerd de vont te verwerven. De doopvont heeft tot 1644 in de doopkapel van de kerk gestaan, daarna onder de toren, vanaf 1866 in het koor, later in de noordwesthoek van de kerk en sinds 1969 staat hij op zijn huidige plaats. De vont is ook vele jaren gebruikt voor het bereiden van kalkspecie en als bewaarplaats van dove kolen voor de stoven tijdens de dienst in de kerk. De doopvont wordt nu tijdens doopdiensten weer gebruikt waarvoor hij oorspronkelijk is bestemd.

 

                                                       

 

Koor en koorbeschot

Het koor in de Grote Kerk zal uit de tweede bouwfase van 1450 zijn, evenals het daar omheen gebouwde koorbeschot. Het koor was in de katholieke tijd een door het koorhek afgescheiden ruimte waarin alleen de priesters en de misdienaars kwamen. De ruimte rondom het koor werd o.a. gebruikt voor het houden van processies. Het altaar stond waar nu het kistorgel staat. Na 1572 werd het koor als representatieve ruimte door het stadsbestuur gebruikt. Begraven werd er altijd al in het koor, want in 1611 werd de vloer opgehoogd.

 

Een belangrijke gebeurtenis in het koor was de jaarlijkse burgemeestersverkiezing. Een stad had 4 burgemeesters. Elk jaar werden er drie nieuwe gekozen en één van de vier regerende burgemeesters werd benoemd tot president-burgemeester.

Sinds 1951 vindt in het koor de viering van het Avondmaal plaats, waaraan gemiddeld zo'n 150 gemeenteleden deelnemen.

 Op de panelen van het koorbeschot tellen we 49 wapens en afbeeldingen van Koning David en van de profeet Jeremia. Gezien de beschadigingen nemen we aan dat de twee laatste vóór de reformatie zijn aangebracht. Wat de 49 wapens betreft tasten we nog steeds in het duister. Mogelijk zijn ze in de jaren na de reformatie aangebracht als compensatie voor alle uit de kerk verwijderde katholieke 'opsmuk'. Onverklaarbaar zijn ook de vijf beschilderde panelen aan de buitenkant van het koorbeschot.

 

Koorhek

Het bijna tien meter brede eikenhouten koorhek is een van de pronkstukken van de Grote Kerk. In zijn eerste opzet stamt het uit de vijftiende eeuw. De zes hoofdstijlen met de laatgotische consoles en baldakijns zullen rond 1530 zijn geplaatst, samen met de heiligenbeelden. De balusters, het maaswerk en de paneelvullingen zijn uit de jaren 1562-1563, afgaande op de in de balusters uitgesneden jaartallen. De panelen zijn alle gevuld met een kandelaber, geflankeerd door gestileerde draken. Op de balusters treffen we allerlei snijwerk aan zoals acanthusbladeren, wapenschilden, profielkopjes, leeuwenmaskers, meisjeskopjes, zwanen, duiveltjes en rozetten. De deuren, met het voor de Noordelijke Nederlanden zeldzame snijwerk, stammen uit 1786.

 

Griffioenen

In de kerk ziet u, o.a. in het deurtje van de dooptuin en in het koorhek, griffioenen afgebeeld. Zij staan ook in het wapen van Monnickendam. Een griffioen is een mythologisch dier met het bovenlijf van een adelaar, de oren van een paard en het onderlijf van een leeuw. Hij staat symbool voor het aardse en het goddelijke; Christus in twee gedaanten: als mens en als God.

 

Altaarsteen

In de zuidoosthoek achter het koor staat nog de altaarsteen uit de katholieke tijd. Na de reformatie werd deze steen uit minachting voor het katholieke geloof in de vloer bij de ingang van het oostelijke toegangsportaal gebruikt, zodat ieder eroverheen moest lopen. De sporen van de deur zijn nog goed te zien! Het gat aan de voorkant van de steen was bedoeld voor een relikwie.

 

Zwaluwnestorgel

Het zwaluwnestorgel is gebouwd tussen 1778 en 1780. Het is het vierde orgel van de Grote Kerk. Het eerste orgel was een klein kloosterorgel dat, wellicht al in de15de eeuw, naast de sacristie heeft gehangen. Het werd in 1653 afgebroken. Het tweede orgel was het eerste grote orgel aan de toren en werd in 1530 gebouwd. In de jaren 1639-1640 werd dat orgel grondig verbouwd en het vierde orgel uit 1780 is het huidige. Het grondplan uit 1530 werd gehandhaafd, maar de orgelbouwers Gerstenhauer en Richter maakten het orgel wel twee maal zo groot. Het orgel is nu een mix van late gotiek, renaissance en barok. Dit tweeklaviersorgel telt 36 registers en 1914 pijpen, variërend in lengte van 5 cm. tot meer dan 5 meter. Een klein aantal daarvan komt nog uit het orgel uit 1530. De organist zit achter de fraai opengewerkte onderkant van de orgelkas, het gotische deel uit 1530. Vanwege zijn plaats aan de muur van de toren wordt het ook wel een 'zwaluwnestorgel' genoemd.

 

                                                  

 

Na de reformatie werd het orgel tijdens de dienst niet gebruikt, het werd beschouwd als een instrument van de rooms-katholieke mis. In 1659 besloten de burgemeesters weer tot orgelbegeleiding tijdens het zingen in de dienst. In Amsterdam was dat pas vanaf 1680. Vele keren is het orgel gerestaureerd en opgelapt. De voorlaatste restauratie was aansluitend aan de kerkrestauratie in de jaren 1959-1969. Na de sloopwerkzaamheden aan de binnenzijde van kerk in 2007, bleek een grondig herstel van het orgel andermaal noodzakelijk. De Firma Reil heeft deze restauratiewerkzaamheden in de periode van 2008-2011 uitgevoerd. Het instrument werd vlak voor de feestelijke afsluiting van de restauratie opgeleverd en is weer in perfecte staat. Momenteel is de heer Wim Dijkstra als organist verbonden aan de Grote Kerk, opvolger van de in 2003 overleden Piet Wiersma.

 

Kistorgel

Op de plaats waar vroeger het altaar heeft gestaan, staat sinds 2000 een kistorgel. Het werd omstreeks 1828 gebouwd door James Bruce. Het orgel is door de eigenaren, de heer en mevrouw Verloop, in de huidige staat gebracht.

 

Gebrandschilderde ramen

Het valt op dat de kerk erg licht is, de ramen zijn gemaakt van helder glas. In eerste instantie was dit om geld te besparen. Na een brand moesten ook de dure glas-in-loodramen vervangen worden. Het was gewoonte om hiervoor dan sponsors te zoeken, zoals gilden, naburige steden, zakenlieden. Die sponsors wilden hun naam en heldendaden natuurlijk weergegeven zien in het gebrandschilderde raam. In Monnickendam is de Grote Kerk nooit verbrand. Dat is de reden dat de ramen nog altijd gemaakt zijn uit helder glas. Met uitzondering van de twee gebrandschilderde ramen in de noordbeuk van de Grote Kerk, die uit de 20/21e eeuw stammen. In 1947 is een raam aangebracht ter nagedachtenis aan de Tweede Wereldoorlog.

 

                                                                      

 

 In 1962 kwam bouwvakker Johannes Cornelis Vlak om het leven tijdens de grote restauratie. Zijn zoon liet in 2005 een gedenkraam maken.

 

                                                                     

 

Predikantenbord

Het predikantenbord hangt aan de westmuur van de zuidbeuk en vermeldt alle predikanten vanaf de reformatie. Het is gemaakt in 1853. Het vorige is van 1810 en hangt in de consistoriekamer. Op deze lijst zijn de predikanten tot en met Jan van der Ven (1851-1852) bijgeschreven. Toen in 1853 de namen van de voorgaande predikanten op het huidige bord werden overgebracht, zijn er nogal wat grotere en kleinere verschrijvingen geweest. Of Laurens Janssoon wel de eerste predikant van de Grote Kerk was, is nog maar de vraag. Vier historische bronnen wijzen Lambert Gerbrantsz. aan als de eerste predikant. Vermeldenswaardige en nationaal bekende predikanten waren Samuël Bartholdi (1599-1640), voor hem werd het nu zo genoemde Waterlandhuis gebouwd, en Petrus Nahuys (1722-1742), een telg uit een bekende Monnickendamse familie.

 

Geloofsbelijdenisbord

Geschilderd in 1985.

 

Onze Vaderbord

Geborduurd in 1995

 

Rouwbord Petronella Nahuys

Het enige rouwbord in de Grote Kerk. Het bord is gemaakt in Lodewijk XV-stijl. Zij was een kleindochter van Petrus Nahuys, predikant in Monnickendam van 1722 tot 1742.

Exposities

Foto's

Concerten

Foto's

Trouwlocatie

Foto's

Evenementen

Foto's

Omgeving

Meer info

Rondleiding

Meer info